|
|
|
Gebroeders
Decap, Antwerpen
(tekst copy,met toestemming, website Gebr. Decap) |
|
In 1902
begon Alois Decap en zijn zoon Livien in de Essenstraat te Antwerpen met een
draaiorgelbedrijf, dat zou uitgroeien tot een der grootste van Belgie.
Aanvankelijk
beperkten zij zich tot de revisie van de eigen orgels, daarna begonnen zij met
de productie van kermisorgels. Geleidelijk aan werd het leveringsrepertoire
groter. In de loop der jaren werden rol- en boekorchestrions, kermisorgels,
straatorgels, dansorgels, electronische orgels, robotten en combinaties van
pijp- en electronische orgels vervaardigd.
|
.jpg) |
|
 |
Er vond
een standaardisatie plaats in de toetsenklassen en de disposities. Zo bouwden de
Gebroeders 72-, 92- en 121-toets pijporgels. 72-, 92- en 105-toets electronische
orgels, 92- en 105-toets robotten en 92- en 105-toets gecombineerde orgels. Na 1980
werd het gamma uitgebreid naar computer gestuurde orgels en accordeonspelers.
Vanaf
1989 is men terug begonnen met het bouwen van 52-toets, type straatorgel.
In 1996
werd het eerste midi-computer orgel gebouwd. |
|
Kenmerken
Decap orgels
De
Gebroeders Decap hebben er steeds naar gestreefd hun orgels een eigen karakter
mee te geven. Zij zochten steeds naar verbeteringen en vernieuwingen. De
Decap-orgels zijn dan ook zowel door uiterlijk als klankkarakter direct
herkenbaar.
In
1933 kwam men uit met accordeons op de orgels. In 1935 werd het eerste
drumstel zichtbaar op het front geplaatst. In 1936 kwamen de saxofoons op de
fronten. In 1943 ging men voor de windvoorziening op ventilators over en in
1950 volgde het boekenwiel.
De
Decap-orgels beschikten steeds over een uitgebreide ritmesectie; met complete
drumstellen en aanvullende slagwerkinstrumenten zoals woodblok, tamboerijn,
tempelklokken, rumbaballen enz. zodanig dat alle dansritmes kunnen
gerealiseerd worden. |

|
|
.JPG) |
In
1953 werd voor de eerste maal gebruik gemaakt van electronische instrumenten
en geleidelijk aan is het gebruik van de electronica ingeburgerd in de
orgeltechniek en heeft men electronische besturingssystemen gaan invoeren.
Niettegenstaande
deze moderne technieken is steeds de vroegere pneumatiek aanwezig gebleven en
is men vanaf 1989 terug begonnen met het bouwen van pijporgels.
|
| |
|
|
|