|
BOUWJAAR:
1946
FABRIEKSNUMMER:
ORIGINELE
NAAM: CONCORDIA
HUIDIGE
LOCATIE: USA
(Foto's:
Bob Gilson)
Het volgende is een gedeelte uit het artikel
"Een wandeling door het Brabants orgelverleden (15)" van Jack Jacobs.
Kenmerken van de
Concordia
Het orgel werd in 1946 gebouwd
voor orgelverhuurder en spiegeldanstenthouder August Rens, bijgenaamd ‘Gust de
Moor’, uit Meerhout-Zittaart (B). Het was hiermee het eerst gebouwde en
geleverde 121-toets dansorgel van de Gebr. Decap van na de Tweede Wereldoorlog.
De belangrijkste verschillen van dit instrument vergeleken met de 121-toets
orgels van voor de oorlog waren o.a.:
·
De toepassing van
een extra forte register cornet (een drievoudige mixtuur van open
labiaalpijpen), speciaal bedoeld om het orgel in forte passages harder te laten
klinken. Dit was nodig aangezien in een danstent een goede akoestiek ontbrak,
omdat de zeilen hiervan zoveel geluid opslurpen.
·
De uitbreiding
van één naar twee Scandalli accordeons.
·
De registers van
de derde zang werden in de middenkast geplaatst en het slagwerk werd bovenop de
middenkast opgesteld, achter open houtsnijwerk in de façade.
·
Een gestopte
jazz-flûte in plaats van een halfgedekte met buisjes.
·
Tenslotte kwam
ook de voet onder de middenkast te vervallen en was dit dansorgel tevens de
eerste 121-er die door de Gebr. Decap werd uitgerust met een centrifugaal
luchtpomp, aangedreven door een zware elektromotor (de traditionele schep
blaasbalgen en het typerende gietijzeren draaiwiel aan de achterzijde van de
orgelkast kwamen hierdoor te vervallen, waardoor de naam ‘draaiorgel’ eigenlijk
niet meer van toepassing was).
Het was ook de enige naoorlogse 121-er die nog werd
voorzien van het register metallofoon, zoals zijn voorgangers. Treft men een
metallofoon of xylofoon aan in de latere 121-ers, dan zijn deze registers nadien
toegevoegd.
In de bovenkap van de façade
heeft hoogstwaarschijnlijk de originele naam van het orgel gestaan, maar het is
mij ondanks veel speurwerk niet gelukt deze te achterhalen. De panelen in het
front met de zonnestraal motieven, geplaatst voor de vier zijkasten, waren bij
dit orgel in kunstig lintzaagwerk uitgevoerd. De panelen naast de grote in het
midden van de façade geplaatste saxofoon zijn uitgevoerd in gesculpteerd lofwerk
van hout, evenals de bloemguirlandes onder het lijstwerk van het midden kapschot
gedeelte. Het gehele front was geschilderd in zachte crème-gele kleuren, afgezet
met gespoten biezen en banden, typisch voor de destijds door de Gebr. Decap
gebouwde orgels. Kenmerkend in het klankkarakter
van dit dansorgel waren de tegenzang registers kromhoorn, bariton, cello en de
saxofoon van de derde partij, met zijn typische neusklank. Het register flûte 8
in dit orgel was naar mijn mening een van de duidelijkste en helderst klinkende
die ooit door de Gebr. Decap in een 121-er werden geplaatst.
Het fortewerk in dit instrument
was massaal en krachtig, en vormde een sterk contrast met de registers
jazz-flûte en vibraton zang, die zacht maar wel heel mooi klonken. De
onmiskenbare Decap klankstructuur maakte van dit instrument een muzikaal
monument.
De Belgische periode
August Rens reisde met dit
orgel in zijn spiegeldanstent tot circa eind 1964 door de hele Belgische
Kempenstreek, waar hij een vaste en bekende gast was op vele kermissen. De
bovenkap en de tussenliggende lijstwerkstukken van de middenkap werden in zijn
tent bijna nooit opgebouwd. Waarschijnlijk om arbeid en tijd te sparen werden
deze delen thuis in een loods opgeslagen. In de jaren vijftig werden, in een
poging om het front een moderner aanzicht te geven, lofwerk en frontdelen voor
het slagwerk weggelaten en werd op de grote trom het logo ‘Super Organ’
geschilderd. In het begin van de jaren
zestig kwam er in België een wet die de jeugd beneden de 18 jaar verbood om in
danstenten te komen. Rond die tijd verschenen ook de eerste vaste dancings met
een orgel in de Kempenstreek. Er was geen droog brood meer te verdienen met een
danstent, althans niet met een orgel erin. De jongeren vroegen meer om een
dansorkest of een bekende vocalist. In 1965 verkocht August Rens zijn 121-toets
Decap orgel dan ook aan orgelverhuurder en handelaar Kees Adriaansen senior in
Tilburg. Deze kocht het orgel echter zonder de frontstukken van de bovenkap.
Mogelijk zijn deze per vergissing achtergebleven in België en later verloren
gegaan of vernietigd.
In Oud Gastel
Het orgel werd door Kees
Adriaansen in Nederland vermoedelijk voor het eerst verhuurd tijdens de kermis
in Best, een plaatsje 11 km ten noorden van Eindhoven. Later volgden nog de
plaatsen Oud Gastel, Kruisland en Terheijden. Nadat Frits Slootmans dit orgel in
1965 van Adriaansen had gekocht, liet hij in zijn danszaal prachtige
muurschilderingen en spreuken aanbrengen door de plaatselijke decorateur en
schilder Henk Mol. Ook de versieringen van het toneel waarop het orgel stond
waren van diens hand. De vaste boekenlegger bij Frits
Slootmans werd in het begin Jan van Hooijdonk uit Oud Gastel en later Frits’
zoon Pierre. Vanaf het najaar van 1970 tot ongeveer september 1971 mocht ik uit
liefhebberij de taak van boekenlegger achter de Concordia op mij nemen, een tijd
waaraan ik nu nog dikwijls met plezier terugdenk. Ik had toen al enige ervaring
en een ruime kennis van muziektitels gekregen bij diverse andere dansorgels.
Boeken leggen - of ‘boeken steken’ zoals men in België zegt - is op zich niet zo
heel moeilijk. De kunst is echter om de dansvloer vol met mensen te krijgen en
te houden, en variatie te geven in het aanwezige repertoire. Hiervoor moet men
het danspubliek in de gaten houden, om te zien aan welke dans men de voorkeur
geeft, bijvoorbeeld een foxtrot, wals, rumba enz. Bij de Concordia had ik
hiervoor het luik van de rechter buitenste zijkast eruit gelicht, om zo tussen
de orgelpijpen en het frontwerk langs te kijken en de dansvloer en het publiek
gade te slaan. Op den duur leert men zo ook de voorkeur en de lievelingsnummers
van de vaste bezoekers en klanten kennen. Een boekenlegger mag daarom nooit
alleen zijn eigen smaak draaien. De klant is en blijft koning. Om bij een dooie boel opnieuw
sfeer en uitbundigheid in de zaak te krijgen, moet men ‘feeling’ hebben om het
juiste boek in te leggen en te draaien. Een goed en uitgebreid repertoire is
daarbij natuurlijk van essentieel belang. Eén ding is in ieder geval belangrijk
om te weten: dansen maakt dorstig en dorst moet gelaafd worden. De tap moet
immers voor de kastelein blijven stromen om de boel draaiend te kunnen houden.
Het sprookje is uit
Het stemmen en onderhoud van de
Concordia liet Frits Slootmans in het begin doen door de firma Decap uit
Antwerpen en door René van den Bosch uit Ekeren (B). Later werd dit gedaan door
de firma Verbeeck uit Sint-Job-in-‘t-Goor, die rond 1976 ook het boekenklavier
buiten de orgelkast plaatste, zodat toen met een boekenwiel kon worden gewerkt.
Dit maakte een boekenlegger overbodig, maar het betekende ook dat men na een
aantal uren luisteren precies de volgorde van de liedjes wist, wat het allemaal
niet meer zo spannend maakte. Na een ongelukkige val van een
ladder, waarbij Frits Slootmans zijn been brak, besloot hij in mei 1979 zijn
zaak versneld over te doen aan zijn oudste zoon Bernard. Het orgel behield hij
zelf, maar het bleef wel in de zaal staan. Wegens exploitatieproblemen en
privé-omstandigheden werd de zaak echter in 1981 tot veler verdriet gesloten.
Hierdoor bleek voor vele dans- en orgelliefhebbers, die destijds speciaal voor
dit orgel naar Oud Gastel kwamen, het sprookje definitief over en uit te zijn. Het orgel werd verkocht aan
Dries Neleman in Breda, die het opstelde in zijn bergplaats. Hij gaf het orgel
een opknapbeurt, plaatste het boekenklavier terug in de middenkast en
verwisselde het originele slagwerk voor een drumstel bovenop de middenkast. De
façade werd door hem verrijkt met enige ornamenten van houtsnijwerk en een lijst
met merknaam die bovenop de accordeonhuisjes kwam te liggen. Al deze
frontstukken waren afkomstig van eerder ontmantelde oude Decap fronten. In het
register cornet verving Neleman een rij metalen pijpen door een rij houten
violen. De clave werd verwisseld voor een woodblock, aan het slagwerk werd
toegevoegd een rammelaar met rinkelende kleine metalen schijfjes, zoals bij een
tamboerijn. Het muziek- repertoire werd door Neleman sterk uitgebreid, o.a. door de aankoop van een grote partij oude boeken.
Jan Kees de Ruijter componeerde en noteerde speciaal de Zandbergse Samba,
genoemd naar de Zandbergweg in Breda en arrangeerde tevens de mooie foxtrot
Dardanella. Tom Meijer noteerde de concertwals Estudiantina van Emil
Waldteufel, waardoor de mooie klank van het orgel extra naar voren werd
gebracht.
Een wederkeer werd een afscheid
voorgoed
Het café met danszaal Concordia
werd later overgenomen door de horecaondernemer Jan van de Kasteele, die eerst
het Decap orgel Splendid en de Torenmortier uit Tilburg huurde. Graag wilde hij
de Concordia in zijn zaak terughebben en aan het begin van de zomer van 1983
huurde hij het orgel voor een aantal maanden van Neleman. Hierdoor kwam het na
een afwezigheid van twee jaar terug op zijn oude stekje. Doordat Jan van de Kasteele een
verlaagd plafond in de zaal had laten aanbrengen en het hoge houten toneel was
verwijderd, kwam het orgel door de veranderde akoestiek veel minder tot zijn
recht dan voorheen. De verwachte toestroom van liefhebbers viel iets tegen, mede
door de vele nieuwe dancings in de omtrek, die in de weekends met een
elektronisch dansorgel waren gaan werken. In december 1983 besloot men ook een
elektronisch Albert Decap orgel te plaatsen. Door de naar voren gerichte
luidsprekers en de versterker van zo’n 750 watt waren de problemen met de
akoestiek enigszins van de baan. Neleman verkocht kort daarna de
Concordia, waarna het orgel in het handelscircuit terechtkwam en uiteindelijk
verkocht werd aan de Amerikaanse verzamelaar Robert(Bob) Gilson in
Beltline-Middleton, Wisconsin (zie foto's). Opnieuw verdween een prachtig
dansorgel uit ons land, net als de lange rij orgels die reeds eerder waren
voorgegaan. Het Albert Decap orgel werd in
1985 vervangen door een half-elektronisch Gebr. Decap orgel, wat werd gehuurd.
In 1992 werd een half-elektronisch Gebr. Decap orgel geplaatst van Jos Vermeer
uit Breda, dat bleef staan tot 1998. Tenslotte werd in de zomer van 1998 nog
geprobeerd om met het Decap pijporgel ‘Retro’ van de firma Decap Antwerpen de
orgeltraditie in Oud Gastel nieuw leven in te blazen. Het was slechts van korte
duur, want dit instrument verdween al in februari 1999 terug naar Antwerpen. De
oorzaak van dit alles was waarschijnlijk toch de concurrentie van andere
dancings in de directe omgeving, waar bezoekers hun vaste stekje hadden
gevonden. Inmiddels is het 121-toets
Decap orgel Concordia al ruim 22 jaar uit ons gezichtsveld verdwenen. Het enige
dat overbleef was heimwee en een schat aan fijne herinneringen aan een gezellige
danszaal met een prachtig orgel. In tastbare vorm worden foto’s, cassettebandjes
en een viertal LP’s als een soort relikwieën bewaard. Toen ik dit orgel als
vijftienjarige jongen voor het eerst zag en hoorde spelen, wist ik het op dat
moment zeker: dit orgel gaat mij voortaan vele uren luister- en kijkgenot geven.
Toen kon ik nog niet beseffen dat aan alles in het leven ooit een einde komt.
Gelukkig kunnen mooie herinneringen ook een vorm van rijkdom zijn voor een mens.
En al is deze rijkdom voor niemand zichtbaar, je draagt ze wel altijd in je
gedachten met je mee. Dat kan in ieder geval niemand van je afpakken.
Tekst: Jack Jacobs
Bron: Het Pierement, nummer 1 januari 2005
(Dit artikel is geplaatst met toestemming van
auteur en uitgever.) |

de Concordia in zaal Concordia te
Oud Gastel

de
Concordia in zijn huidige omgeving, USA

de
Concordia in zijn huidige omgeving, USA
|